Terug naar Amsterdam
Een goeie dag om weer eens met een log te beginnen.
Ondertussen toch al een jaar niet geschreven dus keuze genoeg.
Bijvoorbeeld over mijn terugkeer naar Amsterdam en daarmee gelijk een gestolen fiets.
Ja, dat is een mooi onderwerp.
Na toch bijna twee jaar in Tilburg mijn tijd doorgebracht te hebben sloeg de heimwee naar de grote stad toch wel erg toe.
Het lawaai, de droogheid en toch ook wel arrogantie van de Amsterdammers, de pislucht in de nauwe steegjes, alleen al het accent en de trams. Dat te vergelijken met de saaiheid en lelijkheid van Tilburg. Nee, Tilburg had het wat mij betreft afgedaan. En met wat koffers keerde ik terug naar Amsterdam.
Ik ben een Amsterdammer, in hart en nieren. Al denken sommige mensen af en toe een Hagenees of een Haarlemmer in mij te horen. Amsterdam is mijn grote liefde. En don’t mess met mijn liefdes.
“Een Amsterdammer zonder fiets? Laat me niet lachen”.
Mja, ja, oké, oké, dat is misschien wat onlogisch. En ja, de taxi’s begonnen wat prijzig te worden. Maar aan de andere kant, is het toch best prettig om door het raampje naar buiten te staren naar doorweerkte kapsels etc. En zijn er het afgelopen jaar 2 fietsen van me gejat. Maar goed, de zomer komt.
“Wij gaan een fiets voor je kopen”, besloot T. Wat een schat. Een fiets. Voor mij? Ahhh.
En daar gingen we. Ik ging even op deze zitten, dan weer op de andere. Hmmm, ander zadel? En na een paar uur en een vermoeide fietsverkoper had ik dan toch echt mijn eigen mooie batavusje.
“Had je hem op slot gezet?”, zegt mijn moeder vier dagen later als ik haar wanhopig op bel. Ik ben zo net het huis van mijn vriendje uitgelopen en mijn fiets is nergens te bekennen. Ik probeer me te herinneren of ik hem toch niet ergens anders had neergezet. Was ik dronken? In de war? Kom op, Watergraafsmeer, daar worden geen fietsen gejat.
“JA!!”
“Heb je hem ergens aan vastgezet?”
“Ehm.. NEE!!”
Wat vertel ik T? Ik kan zeggen dat ik hem aan een boom had vastgebonden en dat ze de hele boom hebben omgehakt voor mijn fiets!!! Zuchtend en steunend bel ik T op.
“Niet boos worden. Mijn fiets is gejat!”, ik denk, ik gooi het er maar meteen uit.
“Je was zo grappig vanochtend”.
“Lieverd, hoor je wat ik zeg”.
“Nee”
“Mijn fiets is gejat”
“Had je hem vastgezet!”.
“Twee sloten!!”
Vurig hoop ik dat ie me niet vraagt of ik hem ook ergens aan vast had gezet.
“Hmmm, najah kut voor jou. Ik koop er niet weer één voor je”.
“Ben je niet boos?”
“Nee, het is maar een gebruiksvoorwerp”
En ik voel me vreemd genoeg nog lulliger.
Een paar dagen later belt T vanaf zijn werk.
“Hé, kan jij even kijken of mijn fiets bij je moeder staat?”
“Hoezo?
“Ehm.. ik ben hem kwijt”.
Samen gaan we weer naar de fietsenverkoper.
Ik een kwartier later een klapband.
“Jij moet maar heel snel je rijbewijs halen. Fietsen en jij, das geen huwelijk”.
En als ik ‘s avonds eten maak en hij mijn band repereert zucht ik even.
Wat een romantiek, zo’n fiets.

12 October 2006 at 09:18
Wat irritant! Welkom terug in Amsterdam dan! Ik zie dat dit logje alweer van april is, dus je zal inmiddels je rijbewijs wel hebben?